Spontane gebiedsontwikkeling, ook op het platteland!

 

Wie voor mooie voorbeelden van spontane gebiedsontwikkeling alleen maar kijkt naar de stedelijke gebieden in het midden en westen van ons land, ziet een prachtig initiatief over het hoofd: Wongema, a home at the end of the world.

Hornhuizen, een dorp van ongeveer 200 inwoners in gemeente De Marne, Noord-West Groningen. Een oud dorpscafé op een prominente plek, in een kern van niet meer dan vijf straten. Gered van de sloop

door Stichting Wongema. Omgetoverd tot een werkplek voor (kunst- en ontwerp)onderwijs en een tijdelijk onderkomen voor ontwerpers, kunstenaars, schrijvers en vergaderaars. Daarnaast is het een weekendaccommodatie voor wie maar wil en een dorpscafé met een eigen cultureel programma . Motor achter de stichting is Erik Wong, grafisch ontwerper en docent-coördinator aan de Gerrit Rietveld Academie. Wong is vastberaden er een plek van te maken waar creativiteit opgestuwd wordt door de rust van het dorp en haar omgeving.

Hoewel het potentieel aan gebruikers beduidend minder voor het oprapen ligt dan in de stedelijke gebieden, heeft een krimpgebied als De Marne juist dit soort initiatieven keihard nodig om de leefbaarheid op peil te houden. Gemeente De Marne mag zich gelukkig prijzen met het initiatief en het niet aflatende enthousiasme waarmee Wong zich door de ontwikkeling heen heeft geworsteld. Want dat zo’n project moeilijk van de grond is te krijgen in deze uithoek van ons land, dat is hem inmiddels wel duidelijk geworden. Eigenlijk wel schrijnend in een tijd waarin particulier opdrachtgeverschap en spontane gebiedsontwikkeling van beleidsmakers tot gebruikers geprezen wordt.

Typisch voor spontane gebiedsontwikkeling is het startpunt: niet een vastomlijnd en tot in detail uitgewerkt plan, maar het rotsvaste geloof dat er kansen liggen om je ideeën werkelijkheid te laten worden. Meer een kwestie van intuïtie dus, dat je vertelt dat je met je ideeën op de goede weg zit. Omdat het eindplaatje vooraf nog niet duidelijk was, heeft Wong voor de realisatie van zijn idee nogal moeten zoeken. Naar de juiste mensen en voldoende middelen. Een harde dobber en een kwestie van een hele lange adem, zeker voor iemand die zijn eigen ontwerpbureau combineert met het docentschap en die voor zijn woonplaats reist tussen Hornhuizen en Amsterdam. Niet zelden doen de trekkers van spontane ontwikkelingen het er `gewoon even naast`.

Het enthousiasme bleek moeilijk aan te wakkeren bij corporatie en gemeente. De risico’s te groot, dus bereidheid of mogelijkheid tot investeren was nihil. Terwijl dat risico nu juist een vast gegeven is in spontane gebiedsontwikkeling. En in de ondersteuning daarvan ligt het nieuwe marktmeesterschap dat wordt beschreven in Compendium for the Civic Economy. Wie echt ruimte wil laten voor toeval, heeft aan de voorkant van een project per definitie te maken met gaten in de exploitatie en andere onzekerheden. Onzekerheden die gaandeweg de ontwikkeling ingekleurd kunnen worden, als de spontaniteit steeds meer vorm krijgt.

Wong vond uiteindelijk Stichting DBF, kenniscentrum voor leefbaarheidsprojecten in Noord-Nederland, bereid het pand aan te kopen. Samen met hen bedacht hij een plan voor de verbouw van het oude dorpscafé. Stichting Wongema werd opgericht. Zij huren het pand van DBF en exploiteren het. Er is een website gebouwd en er zijn diverse activiteiten in gang gezet om de ideeën achter Wongema wereldkundig te maken. Met kleine stappen: ook dat hoort bij spontane gebiedsontwikkeling. En er is gezocht naar geld. Naast investering van eigen middelen is er door Erik Wong gezocht naar financiers, om Wongema van de grond te krijgen. Stichting DOEN heeft Wongema wat geld te geven. En De Rietveldacademie, de Design Academy uit Eindhoven en de TU Delft hebben de ideeën omarmt en een afnamegarantie van ruimten voor onderwijs afgegeven voor twee jaar. Ondertussen is de organisatie achter Wongema opgetuigd en is de plek ingericht.

Wongema is nu een paar maanden een feit. Wong verbindt een krimpgebied aan stedelijke potentie, ver over de provinciegrenzen heen. En hij verbindt onderwijs en dagelijks leven in een nieuwe plek waar hectiek en rust en ruimte samen worden gebracht. Wongema in Hornhuizen: a home at the end of the world.