Lagerhuisdebat tijdens Inspiratiedag voor Groningse wijkteams
Door Eline Dijkman en Marleen van der Werff
Op donderdag 27 oktober vond in Groningen een ‘Inspiratiedag’ voor wijkteams plaats. Alle wijkteamleden van de 15 Mensen maken Stad!-wijken (Mensen maken Stad! is een samenwerkingsverband tussen gemeente en corporaties) waren uitgenodigd om met elkaar te vieren en te delen wat er goed gaat in de wijkteams.
Ook werden er tips uitgewisseld over hoe we als wijkteam beter bewoners bereiken en de leefbaarheid kunnen verbeteren. Een enorm inspirerende dag, vol humor, pecha kucha’s, samen koken en eten en verschillende workshops. Later volgt een uitgebreider verslag van deze dag. Interessant voor de aanwezigen, maar zeker ook voor andere steden en gemeenten die hun wijkteam- of dorpsraadleden willen laten inspireren!
Lagerhuisdebat
Een Lagerhuisdebat was één van de workshops op deze Inspiratiedag. Een groep enthousiastelingen, bestaande uit professionals en bewoners, legde elkaar het vuur aan de schenen onder begeleiding van Nijesteedirecteur Pieter Bregman. De stellingen kwamen voort uit de Twitter discussie die aan deze dag vooraf was gegaan (te volgen via Twitter hashtag #idvw). Een greep uit de strijd:
Participatie als doel op zich
De eerste stelling: “Het doel van wijkteams is a) participatie of b) leefbaarheid” zorgde direct voor een verdeling in de groep. Het merendeel van de debaters koos voor leefbaarheid. Volgens hen gebeurt alles met als doel om de leefbaarheid te vergroten, participatie is slechts het middel. De tegenstanders zien participatie juist als het hoofddoel van de wijkteams. Juist de Mensen maken Stad!-samenwerking als geheel, waar de wijkteams een onderdeel van zijn, heeft volgens hen leefbaarheid als doel.”
Wijkgericht werken: een zaak van professionals?
Ook de stelling: “Wijkgericht werken bestaat uit a) betrokkenheid van bewoners of b) samenwerking tussen professionals” zorgde voor discussie. “Door betrokkenheid van bewoners weet je hoe zij praten, denken en participeren. Je moet bewoners binnenhalen”, zeiden degenen die wijkgericht werken zien als betrokkenheid van bewoners. Wijkgericht werken is juist een samenwerking tussen professionals, stelden de tegenstanders: “De schaal van de wijk sluit niet altijd aan bij de leefwereld van bewoners, die vaak meer op hun straat of pleintje gericht zijn. Als de professionals goed wijkgericht samenwerken, weten ze bewoners wel te vinden en andersom.”
De kenners van de wijk
De volgende stelling werd een strijd van zeven tegen één. Moeten er wel of geen bewoners in een wijkteam zitten? Voorstanders gaven aan dat er geen enkele reden is waarom er geen bewoners in een wijkteam zouden kunnen zitten. “Bewoners zijn kenners van de wijk en het is arrogant om te veronderstellen dat professionals dezelfde blik hebben op de wijk als bewoners.“ Eén persoon kon niet worden overtuigd. Ondanks zijn sterke tegenargumenten zoals “als bewoners daar nou niet op zitten te wachten?”, eindigde hij deze ronde alleen.
‘Partycipatie’ heeft een te hoog bier gehalte
De stelling “Participatie moet vooral ‘fun’ zijn” werd fel bekritiseerd door tegenstanders. “Wanneer je participatie ‘partycipatie’ gaat noemen, haal je er een belangrijke inhoudelijke lading af. ‘Fun’ heeft een te hoog biergehalte.” De enige voorstander sprak daar tegenin: ‘het belang van de ‘fun-factor’ wordt juist enorm onderschat. Zelfs een ‘wij zijn tegen’ – bijeenkomst kan ‘fun’ zijn door kleine dingen net even anders te doen. Negatieve en saaie bijeenkomsten schrikken veel gewone burgers af’.
Participatie is liefde
De laatste stelling, “Participatie is te vergelijken met liefde”, zorgde voor mooie uitspraken als “Participatie is een teken van betrokkenheid en vertrouwen” én een eensgezind einde van het debat. De conclusie die debatleider Pieter uit het debat trekt is: wederzijds vertrouwen is een must. Het gaat niet gaat om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van participatie. Een interessant punt voor de wijkteams om nog eens over verder te debatteren?








